Toekomst

Soms zo moe van al het denken
Zo moe van zorgen iedere dag
Wat kan de toekomst haar nog schenken
Ik hoor zo weinig nog een lach

Soms is het even stil
Mijn hart wordt dan zo kil
Kil van een onbevangenheid
Die roerloos langs mijn armen glijdt

Mijn armen willen jou omarmen
Ik wil je aan mijn hart verwarmen
En dan weer voel ik mij versteend
Mijn hart, het heeft zo veel geweend

Drukt leed zo zwaar dat liefde wijkt
Dat iedere daad je hart ontwijkt
Ach, stellen wij ons hart toch open
Zodat we op de toekomst hopen