Twee handen

Twee handen als banden omknellen elkaar
Getekend, geketend, ze troosten elkaar
Twee ogen bewogen, getekend van angst
De ouder, het kind, wie is er het bangst?
De wanhoop, de wanen, ze worstelen saam
Ze huilen en schreeuwen, ze roepen jouw naam
Ze dolen en dwalen, tesaam door elk land
Twee handen, jouw handen
Als vingers van haar hand
Zo leven zo geven het is levenslang
Ach wil elkaar helpen, want wie is niet bang?